De waarheid over de leugen

Liegen is een dagelijkse gewoonte. Toch raken we nooit gewend aan de leugen. We zijn geobsedeerd door de waarheid, maar weten niet hoe deze te vinden.

We worden aangespoord continu wantrouwend te zijn. Want we zouden in een nieuw tijdperk van leugens, manipulatie en bedrog leven. Maar dat er vandaag meer dan ooit gelogen wordt, is een onwaarheid. Men heeft altijd al gelogen. Zowel in politiek als in onze sociale interactie.

Wie zegt dat hij nooit liegt, spreekt onwaarheid. Maar zo makkelijk als een leugen over onze eigen lippen rolt, zo verbolgen zijn we als blijkt dat we zelf belogen zijn.

Bestaan er dan goedaardige en kwaadaardige leugens? En hoe kan je zien of iemand liegt?

Wat als men je vraagt: is alles oké en je antwoord met ‘Prima’. Dit terwijl je je belabberd voelt.

En wat te zeggen als een vriendin je vraagt wat vind je van  mijn nieuwe kapsel, terwijl je het als een aanfluiting beschouwt.

Zijn dat leugens? Is daar moreel iets verkeerds mee?

Waar ligt dan de grens tussen goed en kwaad in de leugen? Sommige gesprekken dienen niet om waarheid te achterhalen, maar dienen de sfeer en emotionele band of bieden troost en geruststelling.

Mensen lijken de leugen ook steeds meer toe te passen in de politiek. Voor politici en soms ook voor anderen, is waarheid niet meer zo belangrijk. Voor hen is het doel om door politiek emoties aan te spreken en een bepalende sfeer op te roepen.

Om feiten draait het al langere tijd niet meer!

Van een voormalig Amerikaanse president wisten we dat hij geregeld loog. Toch bleek dat niet voldoende te zijn voor mensen om hem af te vallen.

Waarheid zeggen is dus niet hetzelfde als geloofwaardig zijn. Blijkbaar kan dus ook voor sommigen een leugen geloofwaardig zijn?

Een PVV-stemmer zei ooit het volgende: “Het klopt niet wat Geert Wilders zegt, maar hij heeft wel gelijk.

Hoe komt het dat mensen als Wilders en Trump met hun onwaarheden wegkomen?

Inmiddels hebben hun kiezers niet meer de verwachting dat ze waarheid spreken. Verontrustend, want de aanname dat mensen waarheid spreken, maakt in de communicatie meer mogelijk. We hebben waarheid nodig om goed te kunnen functioneren.’

In de middeleeuwen gebruikte men waarheidsbrood: een verdachte moest op een homp brood kauwen en die daarna uitspuwen. Hoe meer spuug, hoe hoger de geloofwaardigheid. Een droge mond werd gezien als een teken van stress door het liegen.

Universitair docent, Sophie van der Zee, van de Erasmus Universiteit Rotterdam, heeft onderzocht hoe men mensen eerlijker kan maken. Ze liet meer dan zeshonderd mensen in haar lab tegen haar liegen. Ze wordt leugenexpert genoemd, maar maakt zich weinig illusies. “Na al die jaren kan ik nog altijd zelf niet zien of iemand liegt”. Ook politiemensen die specifieke leugendetectietrainingen hebben gevolgd of gedragswetenschappers scoren niet beter.

Men vertrouwt meer op technologie om de waarheid te achterhalen. Er is inmiddels een nieuw soort leugendetector ontwikkeld. Proefpersonen trekken een soort surfpak aan met oranje rechthoekjes. Dit zijn sensoren die hun bewegingen nauwkeurig meten en overzetten op een getekende figuur en grafieken op de computer. Dit noemt men motion-capture.

Op het scherm kleurt een getekend mannetje groen, met een klein streepje rood. De kleuren slaan op hoeveel iemand beweegt. Rood betekent meer beweging en is doorgaans een indicatie van liegen.

Doorgaans? Vier op de vijf mensen bewegen meer wanneer ze liegen; één op de vijf net minder.

De uitkomst van dit onderzoek heeft de ondervragers verward. Lang dacht men dat veel friemelen of het hoofd afwenden tekenen van oneerlijkheid waren. Maar het blijkt veel complexer te zijn. Het is niet nieuw om non-verbaal gedrag te analyseren om leugens te detecteren. Maar met het blote oog mis je veel, en ben je niet objectief. Met motion capture krijgt men een correcter beeld van de snelheid, grootte en frequentie van de bewegingen over het hele lichaam.’

Technologie zal nooit 100 procent zekerheid bieden!

Een polygraaf meet geen leugens, maar stress.

Je zweetgeleiding, hartslag, bloeddruk en ademhaling worden dan gemonitord.

Er zou een indicatie kunnen zijn van liegen, maar er is absoluut geen bewijs!

Niet dat de polygraaf totale quatsch is. De test is redelijk accuraat in het herkennen van daders.

Aan acht of negen van de tien schuldigen kleeft het etiket: leugenachtig.

Het grote probleem van deze test, echter, zit in het beoordelen van onschuldige verdachten.

Het is niet aan te raden voor een onschuldige om zijn onschuld te bewijzen met een leugendetector. Hij heeft meer te verliezen dan de dader.

Veel leugenwetenschappers hebben de hoop al verloren om leugenaars te kunnen ontmaskeren aan de hand van stresssymptomen. Gewiekste daders proberen rustig te blijven bij relevante vragen over het misdrijf en spanning bij zichzelf op te wekken bij controle vragen.

Nog erger dan de polygraaftest is het gebruik van menselijke leugendetectie bij verhoren. Non-verbale kenmerken die op leugenachtigheid wijzen, worden nog steeds aangeleerd op de politieschool. Het gaat bijvoorbeeld over wegkijken, zweten, friemelen. Of ogen die naar rechts afdwalen, want in de rechter lob van de hersenen zou de fantasie verscholen zitten. ‘De waarheid is dat hoe meer mensen letten op non-verbaal gedrag, hoe slechter ze zijn in het achterhalen van waarheid of leugen.’

Met andere woorden: lichaamstaal is geen betrouwbare leugenindicator.’

Liegen doe je met gezond verstand. Het is een complexe vaardigheid. Je hebt er verbeeldingskracht ,een sterk geheugen en een empathisch vermogen voor nodig.. Je moet kunnen inschatten wat de impact van je woorden op de ander zal zijn. Denk daar maar eens aan als uw kind betrapt met het nemen van een loopje met de waarheid.

Zo kan er sprake zijn van leugentjes om bestwil, misleiding omwille van humor en het achterhouden van ware gedachten om iemand niet te kwetsen.

Gelukkig maar, anders moesten we constant tegen onze vriend(in) zeggen dat zijn/haar achterwerk echt wel wat te dik is in die broek/rok.

Mensen die altijd onverbloemd hun gedachten verwoorden, worden vaak als grof en onsympathiek gezien.

We liegen ook veel meer dan we denken. Het is moeilijk om te onderzoeken hoe vaak we gemiddeld liegen’. Men komt op zo’n twee leugens per dag. Het vermoeden bestaat, echter, dat het in werkelijkheid veel meer is.’

Als we allemaal liegen, waarom vinden we het dan choquerend als we erachter komen dat een ander ons belogen heeft? ‘Hoe erg we dat vinden, hangt af van drie factoren: wie, waarom en wat’, zegt Van der Zee. ‘We vinden het erger als iemand met wie we close zijn tegen ons liegt. Ook de intentie speelt een grote rol: moest de leugen de leugenaar of iemand anders dienen? Wie liegt uit eigenbelang kan op minder begrip rekenen. En dan is er nog de kwestie of de leugen een emotioneel dan wel een financieel of materieel motief had.’

Wellicht schuilt een verklaring voor onze felle reactie op bedrog ook in wat de Duitse filosofe Bettina Stangneth schrijft in haar boek Leugens Lezen. Ze stelt dat de leugen niet louter het verdraaien van de werkelijkheid is. Het is een poging om ongemerkt het gedrag van de ander te beïnvloeden.

Zonder toehoorder, zonder (goed)gelovige, bestaat de leugen niet. De leugenaar doet een aanbod, alleen door dit te accepteren ontstaat de leugen. We horen het niet graag, maar de belogene  medeplichtig is aan de leugen. Ja, de waarheid kwetst.

Bron:

Ann-Sofie Dekeyser (journalist)

Bettina Stangneth (Filosoof)

Sophie van der Zee (Universitair docent)

Auteur: Frans Hessels

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *